Ambtsketen
Bij de installatie van Roelien Kamminga, burgemeester van Groningen
Van alle seinen van thuiskomen is dit het eerste
De straat die je kent de buur die je groet
De stad die je toelacht het dorp waar je vandaan kwam
De afstand van Den Haag tot dit Groninger land
(zij noemen dit ‘gebied’, wij zeggen: ‘thuis’)
dat je elke keer doorkruist, doorloopt, doorfietst
je gaat van voordeur naar voordeur ook als de wind
even tegenstaat of lange tijd
je zoekt gesprek als de woorden je uit de mond waaien
slikt niet in wat in de open lucht zou moeten bestaan.
Je weet nog niet hoe maar weet al wel met welk accent
Hoe je de woorden kent: sneupen, laiverd, puut
Hoe je je hand naar de buschauffeur opsteekt hoe je
over de markt loopt en precies weet welke kraam de beste kersen heeft
Je weet hoe de herfst ruikt (suikerbieten) en hoe de eerste sneeuw
op de Kardingerbult valt. Hoe Stad zich uitstrekt in de lente
het groen hier eindeloos lijkt en hoe je tot aan Drenthe fietsen kunt
en toch in de gemeente blijft het wad dichtbij, het veen, de hei
en uitgestrekt die hoge hemel, al die oude kerken al die nieuwe mensen
al die verhalen waar we samen de stad van maken.
Je tekent je ambtsketen door de straten
ring voor ring om de mensen heen je houdt ze bij elkaar
want dat is Groningen. Ieder zal zich ontvangen weten.
Al staat de voordeur niet altijd open, onze solidariteit zwaait vanaf
de toren, zo hoog in het vaandel dat je hem voelt vanaf Zwolle in de trein
met elke kilometer dichterbij de reiziger ziet ontdooien
het is ons grootste goed en wie ons hoedt
weet ook hoe weerbestendig het vuur gestookt moet worden
om warm te blijven terwijl je de deur opent voor wie zich meldt
en zegt er is mij verteld dat we hier in de gelukkigste stad van Europa zijn
Esmé van den Boom