Noorderzon
Zo mooi als je vertrok heb ik je niet eerder aan zien komen
welkom terug. Er lag nog een woord in je mond van de vorige keer
prikkabel las ik tussen je tong en je verhemelte
lampjes als koolzuurbubbels in je drankje
achter je oorschelp vond ik een trapezeartiest
die de daken over vloog.
Ik heb altijd al een vriend om de romp willen springen maar
voelde me zo zwaar. Je maakt me licht als je er bent en
nu ik spring vang je me op, legt me in de groene schoot van Stad
mijn benen lopen het plantsoen op en af en om je
heen geslagen ligt losjes in de lome hitte verderop de alledag
te wachten op een stekje nieuw begrip. Het schiet hier uit de grond
zelfs uit de van thuis meegenomen tassen komt het op.
Als ik zelf wortel begin te schieten tussen je schouderbladen
leg je mijn armen uit je nek en hangt ze naast mijn eigen lijf
in mijn handen leg je iets waar ik mijn vingers nooit omheen kan vouwen
je zegt: de schoonheid is er omdat ik vertrek
omdat ik enkel nu de dauw van de grasstengels lik
om het licht van volgend jaar mee aan te steken.
Esmé van den Boom