Ga naar de inhoud
donderdag 14 mei, 2026

Kunst als slagveld

Presentatie biografie Nanne Tepper

Maandag 11 mei werd in het Forum in Groningen de biografie van Nanne Tepper (1962-2012) gepresenteerd, getiteld Zo rijk en allesverpletterend. Leven en werk van Nanne Tepper geschreven door Lodewijk Verduin. Voor een goed gevulde Rabozaal speelde multi-instrumentalist Joost Dijkema drie nummers uit de toneelvoorstelling naar Teppers roman De eeuwige jachtvelden, een voorstelling die in 2025 door ‘Mevrouw Ogterops Producties’ uit Meppel is opgevoerd, en interviewde Rense Sinkgraven niet alleen de biograaf maar ook bewonderaars Tiemen Hiemstra en Manon Uphoff. Dagblad van het Noordenjournalist Herman Sanders las een column voor over Tepper, zijn werk en hun beider Groningschap

Tepper is een cultschrijver, vooral bekend van zijn roman De eeuwige jachtvelden uit 1995, waarmee hij net als Tiemen Hiemstra de Anton Wachterdebuutprijs won. Hiemstra noemt en roemt vooral Teppers zingende schrijfstijl: barok maar niet protserig, hier en daar licht pathetisch maar niet sentimenteel, geen gootsteenrealisme, maar wel geaard in een Groningse geest, melancholisch, ritmisch en muzikaal. Tepper past veel verschillende verteltechnieken toe en zijn werk is een voortdurend talig avontuur. Hij maakt waar wat voor personage Hille Veen de reden is zich in literatuur te nestelen: ‘omdat zij uiteindelijk alle dromen bewaakt die gedroomd kunnen worden’.

‘Het was niks, het is niks en het wordt niks’ is het adagium van de Oost-Groningse journalist, columnist en schrijver Herman Sandman. Tepper vangt de ziel van de Oost-Groninger, voor wie het nogal uitmaakt of je uit Hoogezand, Veendam of Stadskanaal komt. Naast het Groningschap spreekt de zwarte romantiek in Nanne Teppers werk en leven Sandman aan. Tepper overlijdt in 2012 aan een eigendood. Geen zelfverkozen dood aldus Sandman, want Tepper wil weliswaar niet verder leven, maar hij wil niet dood.

Ook Manon Uphoff voelt veel verwantschap met Tepper. Beide schrijvers zijn in hetzelfde jaar geboren (1962) en debuteren in 1995. Beiden behoren tot de generatie Nix, een generatie die volgens de mensen die er toentertijd iets over mochten zeggen niets heeft meegemaakt en niets te melden heeft. Voor opvolgers van ‘De Grote Drie’ die vanaf een apenrots hun onderlinge strijd uitvochten was geen plaats. Sterker nog: het literaire landschap verandert en er blijkt na hen zelfs geen apenrots meer te zijn. Voor Uphoff is er de extra handicap vrouw te zijn. Tepper heeft het landschap in de literatuur teruggebracht, zegt Uphoff, maar ze bewondert vooral zijn oprechtheid en ‘een ander soort zuiverheid’ in (het beschrijven van) relaties, die soms oncomfortabel voelt maar wel eerlijk en echt is.

Lodewijk Verduin is in 2022 begonnen met het project dat tot de biografie heeft geleid. Veel eerder al, tijdens zijn studie Nederlands, heeft hij De eeuwige jachtvelden gelezen. Hij is onder de indruk van het Amerikaans modernisme in het Oost-Groningse werk van Tepper en van zijn lyrische en zintuiglijke literaire kracht. In het postuum uitgekomen brievenboek De kunst is mijn slagveld (2016) ontmoet Verduin een andere, polemische, geestige, jongensachtig enthousiaste kant van de schrijver en leert hij de muzikale omnivoor Tepper kennen, die zelfs nog in Simplon heeft opgetreden (Tepper in Simplon 1987). Voor de biografie spreekt hij veel mensen uit Teppers toenmalige omgeving. Hij leert Nanne Tepper kennen als iemand die op zoek is naar schoonheid en die (ook) allerlei stormachtig grote, botsende gevoelens als liefde, heimwee en woede ondervindt, een schrijver die houdt van schrijven, niet van publiceren. Verduin noemt Tepper ‘een geweldig literair fenomeen’. Rijk en allesverpletterend.

Tekst en beeld: Joke Aartsen

Kunst als slagveld