Ga naar de inhoud
woensdag 4 maart, 2026

Mariët Meesters liefde voor Vasalis

mooie lustrumavond rondom Vasalis in Roden

Door: Joke Aartsen

Op dinsdagavond 17 februari 2026 organiseerde de Stichting Vasalis uit Roden voor de vijfde keer een Vasalisavond voor liefhebbers van haar werk, dit keer in de openbare bibliotheek in Roden. De werkgroep bestaande uit Helmieke van Ditmarsch, Ilse Top, Floor Cnossen, Ton Peters en Daan Nijman verdient hier een groot compliment voor. Het is hun weer gelukt een sterk programma samen te stellen met inspirerende gasten die boeiende en hartverwarmende voordrachten verzorgen. Mariët Meester presenteerde een essay over haar relatie met Vasalis’ werk; de Drentse zangeres Tamar zong lichte liedjes met teksten deels geboren in de bossen rond Vasalis’ oude huis en de Groninger dichter Sacha Landkroon gaf naast werk van Vasalis en eigen werk vooral ‘stuntman’ Harry Huiting uit woon-zorgcentrum De Hullen en zijn ‘gedichten-die-geen-gedichten-zijn’ een podium.

Universele schoonheid

In 1990 krijgt Mariët Meester van haar vriend een zelfgebonden boekje met gekopieerde gedichten van Vasalis. Ze heeft het boekje meegenomen naar Roden, laat het met liefde zien en benoemt de universele schoonheid van Vasalis’ werk. Ze heeft zoete herinneringen aan in het geheugen gebeitelde gedichten en passages zoals over de bus en de Afsluitdijk, de droom van langzaam leven, de vele soorten verdriet en angst voor alles. Voor de aanwezige liefhebbers is deze opening een feest der herkenning. In de eerste helft van de negentiger jaren vraagt Meester zich vertwijfeld af of je ‘zulke traditionele gedichten’ in die tijd van andere, experimentelere en meer hermetische poëzie nog wel goed mag vinden. Haar toenmalig uitgever, voormalig hoofddirecteur Laurens van Krevelen (Meulenhoff), stelt haar gerust: er is niets mis mee Vasalis’ klassieke werk goed te blijven vinden! Toch kan Meester ook kritisch naar Vasalis’ werk kijken. Ze benoemt bijvoorbeeld rijmdwang of een grappige foutieve beknopte bijzin:

Stil grazend naast een grijze rots
zag ik opeens op hoge benen
een jonge ezel
[…]

Maar wat overheerst is haar wens van Vasalis’ werk te blijven houden zoals ze houdt van haar werk uit het oude knutselbundeltje met kopietjes. Dat lukt met glans. Loeien, blaten, fluiten, kakelen, ritselen en wriemelen, Vasalis en de dieren is de titel van Meesters essay. Ze heeft geteld en komt in Vasalis’ verzamelde werk op meer dan zeventig keer de vermelding van een dier: paard, ezel, geit, kat en koe, geit, hond en vogel, nog los van soortnamen als de duif, de merel en de uil. De dieren(liefde) is een persoonlijke link tussen haar en Vasalis die Meester mooi uitwerkt aan de hand van een aantal gedichten waarin het paard centraal staat, onder andere het minder bekende ‘Paard gezien bij circus Straszburger’, voor het eerst verschenen in Vergezichten en gezichten (1954), en ‘Nachtelijke ontmoeting’uit de postuum verschenen bundel De oude kustlijn (2002). Deze gedichten raken Meester enerzijds heel concreet door de prachtige, herkenbare beschrijving van het paard in al zijn facetten, anderzijds abstract door de ervaring van een universeel ondeelbaar ogenblik, ‘zo’n moment waarop alles klopt, dat je zou willen vasthouden omdat je weet dat het zo voorbij zal zijn’.

Vasalis als inspiratiebron

Op deze avond in de OB in Roden klopt ook veel en is er genoeg om vast te willen houden. Meester neemt het publiek overtuigend mee in haar geschiedenis met Vasalis’ werk via zoete herinneringen, twijfels, kritische noten, persoonlijke invalshoeken en vooral veel ontzag en liefde. Ze laat bovendien een interessante ‘ontdekking’ zien, namelijk dat Joost Zwagermans gekende gedicht ‘Voor alles bang geweest’ zijn oorsprong vindt in Vasalis’ ‘Angst’ uit de debuutbundel Parken en woestijnen (1940):

Angst

Ik ben voor bijna alles bang geweest:
voor ’t donker, voor figuren op het kleed
voor stilte, voor de schorre kreet
van de avondlijke venter, voor een feest,
voor kijken in de tram en voor mezelf.

Na de pauze en mooi gezongen liedjes van Tamar sluit Sacha Landkroon, stadswijkdichter van het Groninger Akwartier, de avond af met eigen werk uit zijn nieuwste bundel Dichter bij Toen en verrassende en humoristische schrijfproducten van ‘stuntman’ Harry Huiting. Huiting heeft poëzieworkshops van Landkroon gevolgd in het woon-zorgcentrum de Hullen in Roden. ‘Dit is geen gedicht’ zegt hij elke keer over zijn schrijfproducten. Zijn voordracht bewijst het tegendeel. Landkroon laat bovendien zien dat er belangrijke overeenkomsten zijn tussen Huitings en Vasalis’ werk zoals het feit dat poëzie ontstaat door aandacht, door iets kleins op te merken en dat toe te laten in taal. En net als de dichter Vasalis meent onbedoeld poëet Harry H. dat zijn stem niet belangrijk genoeg is. Hij heeft op deze avond het tegendeel laten horen. Zijn optreden is een originele en mooie afsluiting van weer een Vasaliswaardige avond in Roden.

Volgend jaar schrijft Ellen Deckwitz het Vasalisessay. Het boekje van dit jaar met daarin het essay van Mariët Meester én Sacha Landkroons tekst is verkrijgbaar bij boekhandel Daan Nijman in Roden.

Mariët Meesters liefde voor Vasalis