Op zaterdag 1 maart is in Schouwburg Ogterop in Meppel de toneelbewerking van Nanne Teppers roman De eeuwige jachtvelden in première gegaan. De schrijver van de roman heeft helaas in 2012 op vijftigjarige leeftijd zijn leven beëindigd, maar zijn prachtige debuutroman uit 1995 heeft gelukkig het eeuwige leven. In 2022 is een heruitgave van het boek verschenen bij uitgeverij Pluim en nu is er de toneelbewerking. Deze zal in de maanden maart, april en mei in heel Nederland te zien zijn, om te beginnen in maart in vele theaters in Drenthe, Friesland en Groningen.
Artistiek leider van ‘Mevrouw Ogterop Producties’ is Lotte Dunselman, in het noorden vooral bekend van haar prachtige rol in ‘De Poolse bruid’ waarvoor ze in 2020 genomineerd werd voor de prestigieuze Theo d’Or-prijs voor de meest indrukwekkende vrouwelijke dragende rol. Dunselman is geboren in de buurt van Ruinen, getogen in Meppel en woont alweer bijna een decennium met partner en kind in Groningen. Ze las het boek, werd erdoor omvergeblazen en benaderde Sophie Kassies die eerder o.a. Grunbergs Tirza en Astrid Holleeders Judas toneelbewerkte. NOORDWOORD sprak met Lotte Dunselman over de keuze voor het boek en over de toneelbewerking en bezocht de voorstelling.
De eeuwige jachtvelden van Nanne Tepper verscheen voor het eerst in 1995. Hoe kwam je erbij om een voorstelling van dit boek te gaan maken?
Dat ik gekozen heb voor een verhaal dat zich in het noorden afspeelt is geen toeval. Om te beginnen vind ik het zelf fijn om in het noorden te zijn. Ik heb tien jaar in Amsterdam gewoond, maar begrijp ‘het’ in ‘t noorden beter; mensen zijn hier warmer en minder individueel. In Amsterdam kun je midden op straat op je kop gaan staan en dan kijkt niemand daar vreemd van op. Die soort van anonimiteit vond ik wel even leuk, maar op de langere duur voelde ik me er eenzaam. In Groningen voel ik me meer gezien. Ook in mijn werk heb ik een voorliefde voor het noorden. Ik zoek er vaak een connectie mee, of dat nou met of via een schrijver is of via de verhalen of de mensen met wie ik werk. Die verbinding maken met het noorden zie ik ook als één van mijn taken als artistiek leider van een Noord-Nederlands gezelschap als mevrouw Ogterop. Natuurlijk maak ik ook voorstellingen met een universeler thema, maar dan zoek ik wel bijvoorbeeld acteurs uit het noorden.
Wat betreft deze voorstelling begon het er eigenlijk mee dat ik een opvolger zocht voor De Poolse bruid, omdat het Noord Nederlands Toneel mij vroeg nog zo’n voorstelling te maken in en over de regio Groningen. Ik was daar dus veel mee bezig, veel aan het lezen en aan het nadenken. Op een dag zag ik gewoon thuis in de boekenkast dit boek staan van een Groningse schrijver, die ik helemaal niet kende! Ik ben het gaan lezen en dacht meteen: ‘Dit is een toneelstuk, dit is het!’ Maar omdat het NNT inmiddels na de coronatijd besloten had niet meer iets in de regio te gaan doen, verviel de opdracht. Dat vond ik heel erg, want ik vond het boek echt heel mooi. In eerste instantie heb ik geaccepteerd dat het over ging, maar ik kon het niet loslaten. Toen is het plan ontstaan de bewerking alsnog op te pakken met de ‘Ogterop Producties’ en dan niet op een boerderij, maar in een zaal.
Het stuk speelt op het platteland van Groningen. Ik ben daar niet speciaal naartoe gegaan, omdat ik die omgeving goed ken en weet waar de schrijver het over heeft. Met mijn medespelers Terri (van Splunder) en Marcel (Osterop), die niet uit Groningen komt, heb ik bij het werken aan de voorstelling wel veel over ‘het Groningse’ gesproken en erover verteld.
In het boek wordt regelmatig Gronings gesproken, maar wij hebben ervoor gekozen dat niet over te nemen in de voorstelling. Als je de taal inzet, moet je hem goed gebruiken, met acteurs die de taal beheersen. Voor je het weet gaat het in reacties over de taal in plaats van over het stuk zelf. We hebben ervoor gekozen niet de Groningse taal te gebruiken, maar wel het Groningse gevoel.
De couleur locale van het stuk wordt aan het begin van de uitvoering neergezet met een prachtig en mooi vertolkt lied door de Groninger multi-instrumentalist Joost Dijkema. Zijn livemuziek op het podium is overtuigend, past goed in het stuk en biedt beslist een mooie meerwaarde. Hij begeleidt ook een van de hoofdrolspelers Victor wanneer die als zoekende adolescent heel mooi Willeke Alberti’s ‘Telkens weer’ zingt. Het is een ontroerende scène en een passage die precies past bij het moment in zijn leven en bij zijn gevoel.
Het verhaal leent zich goed voor een locatievoorstelling zou je zeggen. Waarom is gekozen voor deze zaaluitvoering?
Het stuk zou zeker geschikt zijn voor een locatievoorstelling, want de drie kinderen groeien op op het platteland van Groningen. Daar staat tegenover dat ik denk dat deze drie hoofdpersonages een haat-liefderelatie met hun thuis hebben en het misschien heel irritant hadden gevonden als het stuk zich op een boerderij af zou spelen. Ze willen daar namelijk ook heel graag weg. Hoe mooi is het dan dat dit stuk het hele land door trekt?
In de maand maart wordt ‘de eeuwige jachtvelden’ in twaalf theaters in de drie noordelijke provincies opgevoerd: in Meppel, van Franeker tot Delfzijl en van Winschoten, Veendam en Hoogezand via Assen en Roden tot Drachten. Later tot in mei trekt het gezelschap door het hele jubelende land naar Den Bosch, Groningen, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Breda, Hengelo enzovoort.
Wat lees je in het boek, wat vind je zo mooi, wat spreekt je erin aan?
Om te beginnen vind ik de taal mooi. Het boek is heel poëtisch geschreven, bijna elke zin is fraai. Daarnaast heeft Tepper de kwetsbaarheid van de personages knap tastbaar gemaakt door twee krachten die hij tegenover elkaar zet: een überpathetische, romantische, hoopvolle tegenover een harde, rauwe, verwaarloosde kant. Je kunt niet anders dan met mededogen naar hen kijken. In een wereld van ‘doe maar normaal, dan ben je al gek genoeg’ proberen zij ‘normaal’ te doen, maar dat kunnen ze niet. Nanne Tepper laat een laag zien van dromerig verlangen. Het mooiste citaat uit het boek is wel: ‘Nuchtere Groningers, er is geen groter misverstand.’ De personages zijn naast ontroerend ook grappig.
In de levendige en levensechte, soms rauwe dialogen zit zeker veel hilarische spot en humor en valt genoeg te (grim)lachen. Bij de try-out in Meppel doet het publiek dat niet vaak hardop. Het houdt de adem voelbaar in, wellicht doordat de spanning en emotie van het verhaal zo overtuigend en aangrijpend worden overgebracht?
Hoe is het proces van boek naar toneelstuk gegaan?
Het is een lang proces geweest dat begint met nadenken en lezen. Vervolgens moet er een goede, passende scriptschrijver bij het stuk gezocht worden. Dat moest wat mij betreft een ervaren iemand zijn, want het verhaal is enorm vol en complex. Ik dacht al snel aan Sophie Kassies, die veel ervaring heeft en heel veel verschillend werk heeft gemaakt. Ze is bovendien een generatiegenoot van de schrijver. Dat is volgens mij belangrijk, want je moet het verhaal in de tijd kunnen zien. Sophie en ik lazen gelukkig beiden hetzelfde in het boek. We vinden het allebei mooi en zij is er net als ik verliefd op geworden. Ik vond het verder belangrijk om een vrouwelijke scriptschrijfster te kiezen, omdat ik de vrouwelijk hoofdpersoon Lisa meer diepgang wilde geven.
Een (goed) script schrijven is echt een vak apart, dat kan ik zelf niet, maar ik kan wel heel goed lezen, meelezen en feedback geven. Vervolgens ga je een lang proces in van met elkaar praten, voorstellen en keuzes en versies maken, meelezen, feedback geven, repeteren, een doorloop spelen die dan veel te lang blijkt en pijnlijk schrappen van geliefde scènes. En voor je dan op de planken staat met publiek in de zaal, ben je in dit geval vijf jaar verder!
Het boek wordt wel beschreven als een verhaal over incest. Daarmee doe je het echter te kort en dat wordt in de voorstelling gelukkig goed duidelijk. Victor, Lisa en Anna worden van jongs af aan gevolgd en als publiek leef je intensief met hen mee. De kinderen zijn dappere doorzetters die min of meer aan zichzelf zijn overgeleverd. Ze zoeken kinderlijk, onhandig en geloofwaardig steun bij elkaar zonder morele of andere kaders als voorbeeld of grens.
Zijn jullie bij de bewerking dicht bij het boek gebleven?
We gaan er vanuit dat de meerderheid van het publiek het boek niet gelezen heeft. Dat is dan ook niet nodig bij dit stuk. Maar afgezien van het feit dat het boek een kleine 300 pagina’s telt en dat die in het script teruggebracht zijn tot 44 pagina’s zijn we inhoudelijk wel heel dicht bij het boek gebleven. We hebben veel passages letterlijk overgenomen. In feite schrijft Tepper de roman al in theaterteksten. Hij had liefde voor het theater, dus het is mooi dat er nu een voorstelling van de roman is, daarmee is het rond. De erven, de uitgever van het boek en ook Teppers biograaf Lodewijk Verduin zijn allemaal blij met het script.
Wat anders is in de theaterbewerking is dat het verhaal nog nadrukkelijker vanuit Lisa’s perspectief wordt verteld. Tepper doet dat in het boek al heel goed, maar Lisa blijft bij hem ook mysterieus, misschien meer zoals een man een vrouw ziet. Ik wil een stapje verder gaan en wil dat vrouwen zich in haar kunnen herkennen. Ik voel me zelf erg met haar verbonden, begrijp haar goed. Dat ze geen verbinding kan krijgen met haar seksualiteit en die alleen bij haar broer Victor kan vinden is wat mij betreft ontwapenend en ontroerend beschreven.
Verder moet er bij een theaterbewerking van een boek hoe dan ook van alles geschrapt. Deze voorstelling wordt bijvoorbeeld alleen door de drie kinderen gespeeld. Vader en moeder hebben geen eigen spelers en dat geldt ook voor de buurman, ‘de directeur’.
De drie kinderen staan op het toneel, maar de buurman-directeur en de ouders spelen wel degelijk ook een rol. Over de directeur wordt verteld en zijn uitvaart aan het begin van het stuk is het moment van waaruit het opgroeien van de kinderen wordt ‘teruggespeeld’,. Hij staat symbool voor een volwassene die deugt en helpend is. De ouders zijn niet voor niets afwezig op het toneel; dat zijn ze in feite ook als de opvoeders en stutters die ouders moeten zijn. Hun stemmen worden soms vertolkt door de kinderen en er worden enkele scènes uit de kindertijd nagespeeld. Daarmee krijgt hun angst en onzekerheid een stevige onderbouwing. Vader drinkt, moeder is vaak afwezig, beiden zijn figuurlijk afwezig als ouders.
Wat zou je omschrijven als de kern of de boodschap van het stuk?
Het verhaal gaat over oordeelloos naar de personages en naar mensen kunnen kijken. In het boek is dat te lezen en wij proberen het ook vorm te geven. ‘de eeuwige jachtvelden’ is wel beschreven als een boek over incest, waarbij de verleiding groot is in termen van dader en slachtoffer te duiden. Het stuk is een ode aan het feit dat veel in het leven grijs is en complex. Je kunt je mening klaar hebben en oordelen, maar als je even verder kijkt, blijkt dat de werkelijkheid vaak wat ingewikkelder is. Daarom is het goed er soms met andere ogen naar te kijken. Je hoopt dat mensen los kunnen komen van een oordeel en zich kunnen verplaatsen – daar doen we ons best voor. Het stuk is daarnaast vooral een ode aan de liefde. De oproep is: houd gewoon van elkaar!
De kern van het stuk is de zoektocht naar wat ‘thuis’ is. De kinderen uit dit verhaal hebben geen thuis omdat hun thuissituatie instabiel is en ze in feite verwaarloosd worden. Ze zoeken dat veilige thuis daardoor bij elkaar, verwarren het met verliefdheid en daar komt seksualiteit bij. Ze vluchten van elkaar, van die seksualiteit, van de omgeving en komen in een patroon van afstoten, aantrekken, niet los kunnen laten, weg willen en uit elkaar vallen.
Het verhaal over je (n)ergens thuis voelen wordt vormgegeven in een creatief en origineel decor opgebouwd uit losse ‘blokjes’ als uit de houten bouwdoosjes van Vero waarmee mooie huisjes te maken zijn. Er wordt wat afgeschoven met de blokken en blokjes, waarmee dan eens een doodskist, dan een kamer in Amsterdam en dan weer een bed in Berlijn wordt gebouwd. Het is een mooie vondst die effectief is uitgewerkt.
Het boek is van 1995. We schrijven inmiddels 2025 en leven in een gepolariseerde wereld. In dit stuk wordt nuance gezocht én gevonden. Het is onmogelijk je niet in te leven in de personages. Je voelt eerder mededogen dan weerzin, eerder begrip dan afwijzing. ‘Dat is wat kunst kan bewerkstelligen en wat mensen mogen meebeleven’. Komt dat zien!
Door: Joke Aartsen
Check de speellijst om te kijken waar en wanneer je kunt gaan.
